In memoriam: Hans van den Hombergh (1923-2012)
door Peter Laport
Op maandag 2 januari overleed, 88 jaar oud, Hans van den Hombergh. In enkele kleine berichten werd hij kortweg aangeduid als’koordirigent’. Voor de velen die afgelopen vrijdag naar de afscheidsplechtigheid in Heemstede kwamen, was hij stellig veel meer dan dat. De kwaliteiten waarmee hij bij deze gelegenheid eenstemmig werd geroemd – erudiet, begaafd, gedreven – gelden een aanzienlijk breder terrein dan het dirigeren. Hans van den Hombergh heeft op verschillende manieren bijgedragen aan de recente Nederlandse muziekgeschiedenis: van zijn pionierswerk voor de 0ude muziekbeweging tot het in première brengen van de nieuwste composities. Dat deed hij zeker ook als pedagoog en mentor van meerdere grote musici en inspirerend coach van kleinere ensembles.
Hans was een man met een groot muzikaal hart en een kwieke geest – tot deze in zijn laatste paar levensjaren door alzheimer werd beschadigd.
Zeldzaam rijkgeschakeerde talenten
In de periode waarin ik lid was van vocaal ensemble Exicon, heb ik vele malen mogen profiteren van de zeldzaam rijkgeschakeerde talenten van Hans van den Hombergh.
De intensieve repetitiedagen met hem waren muzikale levenslessen. Zijn onbaatzuchtige grote betrokkenheid bij dit ensemble vormt de achtergrond voor deze persoonlijke herinnering.
Kleinere ensembles
Het tekent Hans van den Homberghs artistieke souplesse, dat hij na jaren waarin hij leiding gaf aan grotere koren en orkesten, vanaf de jaren 1980 geïnteresseerd raakte in kleinere ensembles, waaronder het Nijmeegse PANiek.
Musiceren met collectieve verantwoordelijkheid
Exicon, opgericht in 1984, was het eerste van die kleinere gezelschappen die een beroep deden op de ‘externe deskundigheid’ van Hans van den Hombergh. Aanvankelijk verrast door het uitgangspunt – “Wat zeg je? Zónder dirigent?” – ontwikkelde hij zich in korte tijd tot één van de vurigste pleitbezorgers van dit musiceren met collectieve verantwoordelijkheid.
Exicon is inmiddels enkele personeelswisselingen verder, maar tot een eind in deze eeuw bleef hij het ensemble intensief volgen, begeleiden, uitdagen en inspireren.
Ensemble knock-out
Na een dag hard werken onder zijn leiding (let wel: niet dirigerend, maar onafgebroken het eigen muzikale voorstellingsvermogen van de zangers voedend met gedetailleerde aanwijzingen), was het hele gezelschap ongeveer knock-out, behalve Hans van den Hombergh zelf.
De lange treinreis terug van Enschede naar Heemstede benutte hij door over de gerepeteerde zaken extra aantekeningen te maken, die hij per post of fax nastuurde.
Overrompelend precisiegehoor
Sommige zangers werden bij eerste kennismaking nogal overrompeld door Hans’ alles waarnemende precisiegehoor, en durfden dan nauwelijks meer hun mond open te doen. Zo’n blokkade verdween snel door zijn beminnelijke optreden.
Hij verstond als geen ander de kunst om uit elk individu het beste te halen; alle talenten, grotere of kleinere, dreef hij tot het uiterste van hun kunnen. Zeker zo opmerkelijk was zijn vermogen om hoog gerespecteerd koorrepertoire aan te pakken. Maar daarnaast juist ook (schijnbaar) onbeduidende werkjes te laten oppoetsen als waren het juwelen uit de muziekliteratuur.
Talenkennis
Gerenommeerd was Hans’ grote beheersing van vele talen. En hij was in staat die kennis effectief over te dragen. Zijn instructies waren bijvoorbeeld goed om een aparte vermelding te krijgen van ons overtuigende Tsjechisch tijdens een concours in Praag.
Ook met het Nederlands – door klassieke musici zo vaak onherkenbaar verkunsteld - kon Hans wonderen verrichten. Eén van die wonderen betrof de tekst die Willem Wilmink schreef op zijn versie (1996) van Offenbachs ‘Contes d’Hoffmann’.
Elke lettergreep
Aardig, zo’n coloratuuraria vol actuele grappen, maar natuurlijk onverstaanbaar voor de luisteraar. Dachten wij. Maar nadat Hans van den Hombergh sopraan Diet Gerritsen uitputtend op haar taak had voorbereid, kwam elke lettergreep aan bij het gniffelende publiek.
Het realiseren van dat hele Wilmink-Offenbach-project was trouwens een kolfje naar de hand van Hans van den Hombergh, oude rot in het operavak en ondogmatisch denker.
Hans van den Hombergh blijft, voor wie met hem mocht werken, een onderdeel van diens muzikaal geweten. Dat zijn stem nu verstomd is, is nog moeilijk te bevatten. Maar dat dit fenomenale gehoor onze muzikale verrichtingen niet meer ergens zou opvangen, dat kan ik echt niet geloven.











Wat een mooi en treffend beeld van een inspirerend en innemend mens. Hans werkte in 1994 met vocaal ensemble Coqu en wist ons toen de lastige Escher te laten begrijpen, maar inspireerde ook door prachtuitvoeringen van Sem Dresden en Marius Flothuis. Een korte poging om a la Exicon ook bij Coqu het zelfstandige musiceren te bevorderen door ons de artistieke besluiten te laten nemen faalde. Met 22 man/vrouw bleek dat lastiger dan met een klein clubje. Hij leerde ons de lange lijnen opzoeken, harmonische zuiverheid, eindeloos knutselen aan het harmonische gebouw, en voortdurend hameren op de naturel uitspraak van het Nederlands… Zijn muzikale invloeden zijn vastgebeiteld in het collectieve geheugen van ons koor. We zullen Hans nooit vergeten. Philomeen Lelieveldt